Grote grijze wolken drijven over de blauwe lucht, en daaronder ligt de stad alsof de tijd is stilgezet: Delft in de vroege ochtend, gezien vanaf de zuidelijke oever van de Schie, met poorten, torens en pannendaken die weerspiegelen in het bijna onbewogen water. Johannes Vermeer schildert dit uitzicht rond 1660; het is een van de slechts twee bekende stadsgezichten van de Delftse meester, en misschien wel zijn stilste werk ooit - geen verhaal, geen gebeurtenis, alleen licht dat over de gevels glijdt en afzonderlijke daken laat oplichten, terwijl andere in de schaduw van de wolken blijven. Op de zanderige voorgrond staan een paar figuren bij elkaar, klein en terloops, alsof ze meer bij het landschap horen dan bij de handeling; ver achteraan vangt de toren van de Nieuwe Kerk het zonlicht op en steekt helder af tegen de bewolkte hemel. Op 58 x 48 cm ontvouwt zich deze rust verbazingwekkend volledig, gedrukt op het satijnachtige Leonardo-doek, waarvan de fijne structuur de zachte overgangen in de lucht benadrukt: gedempte oker- en baksteentinten, groenachtig donker water, alles in die ingetogen kleurstelling die het schilderij al drieënhalve eeuw zo bijzonder maakt. Marcel Proust noemde het het mooiste schilderij ter wereld, en wie er een tijdje voor staat, begrijpt in ieder geval wel wat hij bedoelde.
De scène hangt ingelijst in Lily, een brede lijst van echt hout vol ornamenten, waarvan de bronzen tint een verrassend nauwkeurige verbinding met het schilderij aangaat. Qua kleur liggen de koperkleurige bloemen en bladranken precies tussen de rode dakpannen en de donkere scheepsrompen aan de kade; tussen de ornamenten bevindt zich bovendien een grijsgroene achtergrond, die aansluit bij het water en de schaduwrijke delen van de muur. Deze dialoog tussen schilderij en lijst valt pas op bij een tweede blik, maar is daarna niet meer over het hoofd te zien. Men zou kunnen aanvoeren dat een dergelijk rijkelijk bewerkt profiel bijna te weelderig is voor Vermeers terughoudendheid - maar juist dit contrast werkt: De stad blijft stil, de lijst neemt de vertegenwoordiging over, en de smalle gouden rand aan de binnenkant bemiddelt tussen beide. Uiteindelijk blijft de blik toch hangen waar het schilderij van oudsher naartoe leidt: bij het water, de weerspiegelingen van de torens, het licht dat het volgende moment alweer verder zal zijn getrokken - alleen blijft het hier even stilstaan.