Een brede, door de regen natte straat trekt de blik vanaf de onderrand van het beeld diep het Nollendorfplatz in, terwijl donkere boomkruinen aan de linkerkant en de dwars geplaatste architectuur in het bovenste derde deel de ruimte omlijsten. Vanuit een hoger perspectief verschijnen voertuigen en voorbijgangers slechts als vluchtige tekens in het nachtelijke verkeer. Twee heldere koplampen komen uit het donker tegemoet, andere auto’s verdwijnen tussen grijsgroene, gele en blauwachtige lichtsporen. Op het asfalt vloeien de reflecties in elkaar over; gevels, etalages en straatverlichting lossen bijna op in korte penseelstreken. Juist deze onscherpte maakt de stad geloofwaardig: Berlijn staat hier niet stil, maar beweegt zich voort onder regen, lawaai en elektrisch licht. Lesser Ury behoort tot de toonaangevende schilders van het Berlijnse impressionisme. Steeds weer richt hij zijn blik op straten in de grote stad, cafés en nachtelijke pleinen, waarbij hij zich minder interesseert voor de exacte topografie dan voor het wisselende licht. Ook op de Nollendorfplatz verandert hij het moderne verkeer in een web van licht en schaduw. Zwartbruine vlakken geven de scène gewicht, kleine accenten in groen, oker en wit houden haar open. Op het eerste gezicht lijkt de straat bijna verlaten; pas geleidelijk aan komen links onder de bomen enkele figuren naar voren. Zo ontstaat die eigenaardige mix van nabijheid en anonimiteit die kenmerkend is voor Urys Berlijnsche taferelen: men kijkt naar een alledaags moment en voelt tegelijkertijd hoe snel het voorbijgaat.
Aan de muur weerspiegelt dit werk in staand formaat van 48 × 65 cm de ingetogen avondsfeer heel direct. Leonardo, het gesatineerde doek, laat een fijne glans over de donkere vlakken glijden, zonder er een gesloten weerspiegeling van te maken. De zwarte auto rechts van het midden van de straat trekt de aandacht: rondom de carrosserie zitten minuscule lichtpuntjes, terwijl de gele koplamp als een compacte glans blijft staan. Draait men de afbeelding lichtjes naar het kamertlicht toe, wordt eerst het grijze wegdek lichter; de diepe delen onder de bomen reageren later en behouden langer hun zwart. Er is geen glas dat het zicht van het oppervlak afschermt, dus ontstaan er ook geen harde, rechthoekige reflecties voor het motief. In plaats daarvan volgt het licht de gedrukte penseelstreken en wisselt het hier en daar tussen matte en zijdezachte eilandjes. Volledige matheid zou het motief iets hebben ontnomen - het natte asfalt van Ury heeft juist deze kleine opflakkering nodig. Lychorida omlijst het doek met een zwarte buitenrand, een lichtbruine holle rand en een smalle gouden rand. Ook daar blijft het licht in beweging: van opzij bekeken verduistert het goud tot oker, van voren gezien verschijnt het als een lichte lijn, en direct daarnaast gloeit op het wegdek de langgerekte gele weerspiegeling onder de voorste auto.