Het licht vertelt het verhaal van de scène. Het valt vanuit de duisternis op Matteüs en de engel; daartussen loopt een steile bliklijn. De evangelist zit aan de tafel en houdt de pen boven het opengeslagen boek. Zijn hoofd kijkt omhoog, terwijl zijn lichaam nog bezig is met schrijven. Boven hem zweeft de engel, handen en gewaad komen in beweging - de vingers lijken de gedachten te tellen. Onderaan vormt het oranje gewaad van de heilige een warm contrast met de zwarte ruimte. Tafel, kruk en voet vormen een hoekige basis, daarboven lost de gestalte van de engel bijna op in licht en stof. Zo komt de inspiratie niet ver weg of onbereikbaar over. Ze vindt plotseling plaats, en Matthäus reageert lichamelijk, met zichtbare spanning. Caravaggio schilderde het schilderij in 1602. Zijn clair-obscur behoort tot de kenmerkende beeldmiddelen van de vroege barok, maar hier dient het niet alleen de dramatiek - het geeft structuur aan het verhaal. Het overtuigt mij hoe weinig hij daarvoor nodig heeft: twee figuren, een donkere ruimte, meer niet. Juist deze beperking maakt de ontmoeting zo direct. Het smalle staande formaat versterkt bovendien de nabijheid tussen de schrijver en zijn hemelse gesprekspartner.
Met afmetingen van 30 x 47 centimeter hangt de reproductie compact aan de lichte muur en heeft toch een verbazingwekkende hoogte. De compositie trekt de blik van de onderste stenen rand via Matteüs naar de engel; aan de zijkanten blijft nauwelijks ruimte over. Daardoor komt de scène beklemmender en indringender over dan bij een breder formaat het geval zou zijn. Zelfs vanaf enkele stappen afstand blijven het rode gewaad en de lichte figuur daarboven duidelijk herkenbaar. Dichter bij de muur valt op hoe gesloten het werk overkomt: het beeldvlak reikt zonder passe-partout tot aan de smalle gouden rand, die een strakke omlijning vormt en het werk optisch nauwelijks vergroot. Dat past. Een brede lijst zou het donkere oppervlak te veel nadruk geven, terwijl juist de verticale beweging op de voorgrond staat. Het op een spanraam gespannen doek geeft het schilderij een lichte diepte ten opzichte van de muur - van opzij gezien lijkt het daardoor op een klein schilderij en niet op een plat vel. De gespiegelde randen verdwijnen netjes achter de omranding, en zonder glas blijft de blik direct op het bedrukte oppervlak gericht. Bepalend is sowieso de tekening: vingers, pen, gelaatstrekken en plooien in de kleding blijven duidelijk van elkaar gescheiden. Wat mij blijft bijblijven, is de subtiele gradatie van het licht, waarmee Matthäus de figuur uit de duisternis naar voren haalt en de inspiratie als een zichtbaar proces begrijpelijk maakt.