| Geboren | 1523 (Brügge) |
| Overleden | 1605 (Florenz) |
| Nationaliteit | België |
| Epochen | Maniërisme |
| Beroep | kunstschilder, tekenaar, graficus |
| Leerling | Antonio Tempesta |
| Lidmaatschappen | Sint-Lucasgilde van Antwerpen, Accademia delle Arti del Disegno |
| Bekende werken | America (1575), Eitelkeit, Mäßigung und Tod (1569), Kreuzigung (1569), Erweiterung von Florenz (1563), Untitled (Falconry) |
| Musea | Statens Museum for Kunst, Art Institute of Chicago, Musea Brugge, National Gallery of Art, Rijksmuseum |
Rond 1590 verlieten er regelmatig tekeningen de stad Florence, pen- en inkttekeningen, bruin en blauw gearceerd, bestemd voor de graveerwerkplaatsen in Antwerpen. Jan van der Straet stuurde zo’n vierhonderd van dergelijke ontwerpen over de Alpen; terugkwamen gedrukte oplagen, die over heel Europa en tot in het Verre Oosten werden verspreid. Deze weg had van der Straet aanvankelijk zelf afgelegd, maar dan in omgekeerde richting - een schilder en ontwerper van prenten, rond 1523 geboren in Brugge.
Zijn opleiding begon bij zijn vader in Brugge en leidde naar het Antwerpse atelier van Pieter Aertsen; in 1545 werd hij door het Sint-Lucasgilde als meester toegelaten. Kort daarna trok hij naar het zuiden, volgens zijn biograaf Raffaello Borghini via Lyon en Venetië; in Venetië lokte een Vlaamse wever van de tapijtenmanufactuur van de Medici hem rond 1550 verder naar Florence. Van Jan van der Straet werd in Italië Giovanni Stradano, gelatiniseerd tot Johannes Stradanus.
Vanaf 1557 was hij de naaste medewerker van Giorgio Vasari bij de beschildering van het Palazzo Vecchio; in een plafondfragment van de Salone dei Cinquecento verschijnt zijn zelfportret direct naast dat van Vasari. In 1570 signeerde hij een paneel voor het studiolo van de Medici-vorst Francesco I, diens laboratorium en schatkamer, met „Ioannes Stratensis Flandrus“, in het Nederlands: Jan van der Straet, de Vlaming - zijn afkomst, voluit geschreven midden in het Medici-paleis. Een dergelijk zelfbewustzijn had zijn prijs: in de kring van Vasari spotte men met het al te Vlaamse karakter van zijn schilderijen, en een altaaropdracht voor Santa Maria Novella wilde Vasari hem weer afnemen - Stradanus behield deze echter.
In 1576 trad hij in Napels in dienst van Don Juan de Austria, de overwinnaar van de zeeslag bij Lepanto, volgde hem nog datzelfde jaar naar de Nederlanden - de eerste terugkeer naar huis na twintig jaar - en leverde voor zijn eerste grote serie gravures bij Philips Galle veertig paardenportretten uit de stal van de veldheer. Vanaf 1583 woonde hij definitief weer in Florence en legde hij zich voornamelijk toe op drukvoorlagen; het graveren vond plaats in Antwerpen, bij de graveurfamilies Galle en Collaert en bij de gebroeders Wierix. Uit zijn jachtwandtapijten voor de Medici-villa Poggio a Caiano ontstond zo tegen 1596 een encyclopedie van de jacht in 104 bladen, de Venationes-reeks. Een daarvan: „Mannen in zware wapenrusting vallen beren aan door ze in de vitale organen te steken, plaat 26 uit 'Venationes Ferarum, Avium, Piscium', gegraveerd door Jan Collaert“. Op de plaat richten de beren zich op als worstelaars tegen jagers in glanzende volledige harnassen; een gedood dier ligt vooraan in het gras.
Eind jaren 1580 ontwierp hij de Nova Reperta, twintig bladen over de vernieuwingen van die tijd - kompas, buskruit, bril, ijzeren klok -, voor het eerst verschenen in 1591 in Antwerpen; de reeks was geïnspireerd door de humanist Luigi Alamanni, wiens aantekeningen op de achterzijden van de ontwerpen staan. Een plaat met de titel „Impressio Librorum“ toont uitgerekend het ambacht dat Stradanus’ eigen afbeeldingen de wereld in bracht: een boekdrukkerij aan het werk. Links zitten de zetters boven de letterkasten, een jongen legt vers gedrukte vellen neer, rechts zet de drukker zich schrap tegen de drukpers; het Latijnse bijschrift prijst het proces met een vergelijking: zoals één enkele stem vele oren bereikt, zo vult één enkele geschreven tekst duizend pagina’s.
Tegelijkertijd hield Florence zich bezig met Dantes hiernamaals. In 1587/88 tekende Stradanus, opnieuw voor Alamanni, een serie over de Goddelijke Komedie met de nadruk op de Inferno; in 1588 hield de jonge Galileo Galilei voor de Accademia Fiorentina, de geleerdenvereniging van de stad, lezingen over de vorm, de plaats en de omvang van Dantes hel. In dit klimaat past de „Kaart van de hel, illustratie uit Dantes Inferno, 1587“: De heltrechter opent zich als een terrasvormige afgrond, ring na ring, elke cirkel voorzien van een opschrift, minuscule figuurtjes verdringen zich op de randen, en naar beneden toe versmalt alles tot één enkele donkere schacht. De geplande reeks gravures bleef onvoltooid; er werd slechts één enkele gravure gepubliceerd, Dante en Vergilius voor Lucifer.
Hij werkte tot kort voor zijn dood; in 1605 stierf hij in Florence en werd hij begraven in de vreemdelingenkapel van de Santissima Annunziata. De buste bij zijn graf, naar een portret van zijn zoon Scipione, benadrukt zijn afkomst uit Brugge, en in het *Schilder-Boeck* uit 1604, de verzameling kunstenaarsbiografieën van Karel van Mander, staat, in het Duits vertaald, dat Vlaanderen zich ermee kan troosten een zo opmerkelijke inwoner van Brugge te hebben gehad, die de prachtige stad Florence met zijn werk nog mooier maakte.
Zijn nalatenschap is te danken aan deze handel in afbeeldingen over lange afstanden: gravures en met de hand ingekleurde gravures vormen het grootste deel, en het meest kwetsbare daaraan is precies wat er in Antwerpen werd toegevoegd - de lijn van de graveerstift, die Stradanus zelf nooit in de hand heeft gehad; die is afkomstig van Galle, Collaert en Wierix. Bij Meisterdrucke vervaardigen we deze bladen daarom zonder raster volgens de giclée-techniek, zonder zichtbare drukpunten; elke afzonderlijke gravurebaan uit de Antwerpse werkplaatsen komt op zichzelf tot zijn recht op fijn natuurwit papier, elke arcering, elke kruislijn.
Pagina 1 / 4
| Geboren | 1523 (Brügge) |
| Overleden | 1605 (Florenz) |
| Nationaliteit | België |
| Epochen | Maniërisme |
| Beroep | kunstschilder, tekenaar, graficus |
| Leerling | Antonio Tempesta |
| Lidmaatschappen | Sint-Lucasgilde van Antwerpen, Accademia delle Arti del Disegno |
| Bekende werken | America (1575), Eitelkeit, Mäßigung und Tod (1569), Kreuzigung (1569), Erweiterung von Florenz (1563), Untitled (Falconry) |
| Musea | Statens Museum for Kunst, Art Institute of Chicago, Musea Brugge, National Gallery of Art, Rijksmuseum |
Rond 1590 verlieten er regelmatig tekeningen de stad Florence, pen- en inkttekeningen, bruin en blauw gearceerd, bestemd voor de graveerwerkplaatsen in Antwerpen. Jan van der Straet stuurde zo’n vierhonderd van dergelijke ontwerpen over de Alpen; terugkwamen gedrukte oplagen, die over heel Europa en tot in het Verre Oosten werden verspreid. Deze weg had van der Straet aanvankelijk zelf afgelegd, maar dan in omgekeerde richting - een schilder en ontwerper van prenten, rond 1523 geboren in Brugge.
Zijn opleiding begon bij zijn vader in Brugge en leidde naar het Antwerpse atelier van Pieter Aertsen; in 1545 werd hij door het Sint-Lucasgilde als meester toegelaten. Kort daarna trok hij naar het zuiden, volgens zijn biograaf Raffaello Borghini via Lyon en Venetië; in Venetië lokte een Vlaamse wever van de tapijtenmanufactuur van de Medici hem rond 1550 verder naar Florence. Van Jan van der Straet werd in Italië Giovanni Stradano, gelatiniseerd tot Johannes Stradanus.
Vanaf 1557 was hij de naaste medewerker van Giorgio Vasari bij de beschildering van het Palazzo Vecchio; in een plafondfragment van de Salone dei Cinquecento verschijnt zijn zelfportret direct naast dat van Vasari. In 1570 signeerde hij een paneel voor het studiolo van de Medici-vorst Francesco I, diens laboratorium en schatkamer, met „Ioannes Stratensis Flandrus“, in het Nederlands: Jan van der Straet, de Vlaming - zijn afkomst, voluit geschreven midden in het Medici-paleis. Een dergelijk zelfbewustzijn had zijn prijs: in de kring van Vasari spotte men met het al te Vlaamse karakter van zijn schilderijen, en een altaaropdracht voor Santa Maria Novella wilde Vasari hem weer afnemen - Stradanus behield deze echter.
In 1576 trad hij in Napels in dienst van Don Juan de Austria, de overwinnaar van de zeeslag bij Lepanto, volgde hem nog datzelfde jaar naar de Nederlanden - de eerste terugkeer naar huis na twintig jaar - en leverde voor zijn eerste grote serie gravures bij Philips Galle veertig paardenportretten uit de stal van de veldheer. Vanaf 1583 woonde hij definitief weer in Florence en legde hij zich voornamelijk toe op drukvoorlagen; het graveren vond plaats in Antwerpen, bij de graveurfamilies Galle en Collaert en bij de gebroeders Wierix. Uit zijn jachtwandtapijten voor de Medici-villa Poggio a Caiano ontstond zo tegen 1596 een encyclopedie van de jacht in 104 bladen, de Venationes-reeks. Een daarvan: „Mannen in zware wapenrusting vallen beren aan door ze in de vitale organen te steken, plaat 26 uit 'Venationes Ferarum, Avium, Piscium', gegraveerd door Jan Collaert“. Op de plaat richten de beren zich op als worstelaars tegen jagers in glanzende volledige harnassen; een gedood dier ligt vooraan in het gras.
Eind jaren 1580 ontwierp hij de Nova Reperta, twintig bladen over de vernieuwingen van die tijd - kompas, buskruit, bril, ijzeren klok -, voor het eerst verschenen in 1591 in Antwerpen; de reeks was geïnspireerd door de humanist Luigi Alamanni, wiens aantekeningen op de achterzijden van de ontwerpen staan. Een plaat met de titel „Impressio Librorum“ toont uitgerekend het ambacht dat Stradanus’ eigen afbeeldingen de wereld in bracht: een boekdrukkerij aan het werk. Links zitten de zetters boven de letterkasten, een jongen legt vers gedrukte vellen neer, rechts zet de drukker zich schrap tegen de drukpers; het Latijnse bijschrift prijst het proces met een vergelijking: zoals één enkele stem vele oren bereikt, zo vult één enkele geschreven tekst duizend pagina’s.
Tegelijkertijd hield Florence zich bezig met Dantes hiernamaals. In 1587/88 tekende Stradanus, opnieuw voor Alamanni, een serie over de Goddelijke Komedie met de nadruk op de Inferno; in 1588 hield de jonge Galileo Galilei voor de Accademia Fiorentina, de geleerdenvereniging van de stad, lezingen over de vorm, de plaats en de omvang van Dantes hel. In dit klimaat past de „Kaart van de hel, illustratie uit Dantes Inferno, 1587“: De heltrechter opent zich als een terrasvormige afgrond, ring na ring, elke cirkel voorzien van een opschrift, minuscule figuurtjes verdringen zich op de randen, en naar beneden toe versmalt alles tot één enkele donkere schacht. De geplande reeks gravures bleef onvoltooid; er werd slechts één enkele gravure gepubliceerd, Dante en Vergilius voor Lucifer.
Hij werkte tot kort voor zijn dood; in 1605 stierf hij in Florence en werd hij begraven in de vreemdelingenkapel van de Santissima Annunziata. De buste bij zijn graf, naar een portret van zijn zoon Scipione, benadrukt zijn afkomst uit Brugge, en in het *Schilder-Boeck* uit 1604, de verzameling kunstenaarsbiografieën van Karel van Mander, staat, in het Duits vertaald, dat Vlaanderen zich ermee kan troosten een zo opmerkelijke inwoner van Brugge te hebben gehad, die de prachtige stad Florence met zijn werk nog mooier maakte.
Zijn nalatenschap is te danken aan deze handel in afbeeldingen over lange afstanden: gravures en met de hand ingekleurde gravures vormen het grootste deel, en het meest kwetsbare daaraan is precies wat er in Antwerpen werd toegevoegd - de lijn van de graveerstift, die Stradanus zelf nooit in de hand heeft gehad; die is afkomstig van Galle, Collaert en Wierix. Bij Meisterdrucke vervaardigen we deze bladen daarom zonder raster volgens de giclée-techniek, zonder zichtbare drukpunten; elke afzonderlijke gravurebaan uit de Antwerpse werkplaatsen komt op zichzelf tot zijn recht op fijn natuurwit papier, elke arcering, elke kruislijn.