| Geboren | 1527 (Antwerpen) |
| Overleden | 1598 (Antwerpen) |
| Nationaliteit | België |
| Beroep | cartograaf, historicus, graveur, uitgever |
| Bekende werken | Theatrum Orbis Terrarum |
Hoe komt de wereld tussen twee boekkaften terecht? In de jaren vóór 1570 was dat in Antwerpen een praktische vraag: de reder Gillis Hooftman kocht landkaarten voor zijn zaken, maar de grote rollen waren in het kantoor nauwelijks hanteerbaar. Zijn jonge vertrouweling Jan Radermacher herinnerde zich later dat hij destijds zelf had voorgesteld om de kaarten op een uniform formaat te brengen en tot een boek te laten binden; hij had die opdracht gegeven aan een handelaar die hij al jaren kende, Abraham Ortelius.
Ortelius heette eigenlijk Abraham Ortel en had zijn naam op geleerde wijze gelatiniseerd; hij was een Vlaming uit Antwerpen, geboren in 1527. Zijn vader, een koopman met wortels in Augsburg, stierf rond 1535; de zorg voor zijn moeder en zus kwam al vroeg bij de zoon te liggen. In 1547 schreef het Lukasgilde, het gilde van de schilders, hem in als kaartkleurder - hij kleurde in wat anderen hadden gegraveerd, handelde in boeken, prenten en kaarten en reisde regelmatig naar de beurs van Frankfurt. Daar ontmoette hij in 1554 de cartograaf Gerard Mercator; tijdens een gezamenlijke reis zou de beroemde collega hem in 1560 hebben aangespoord om zelf kaarten te maken.
Het antwoord op het probleem uit het kantoor verscheen op 20 mei 1570 in Antwerpen: het *Theatrum Orbis Terrarum*, het theater van de wereld. 53 kaartbladen in één enkel formaat, elk blad speciaal voor het boek gegraveerd, met op de achterzijde telkens een toelichting - daarom geldt het werk als de eerste moderne atlas, hoewel de term ‘atlas’ zelf pas door Mercators kaartwerk uit 1595 in omloop kwam. Even nieuw was de bijgevoegde Catalogus Auctorum, het register van auteurs, waarin Ortelius 87 auteurs bij naam noemde, waaronder de 33 cartografen wier kaarten hij had gebruikt; in een branche waarin uitgevers elkaar zonder meer kopieerden, kwam deze bronnenlijst neer op een revolutie in eerlijkheid.
Het eerste blad van het boek is de „Wereldkaart Typvs Orbis Terrarvm“, gegraveerd door Frans Hogenberg. De aarde ligt daarop in een ovaal tussen wolkenbanden; dwars over het zuiden strekt zich het slechts veronderstelde zuidcontinent Terra Australis uit, en in de cartouche eronder vraagt een zin van Cicero in de trant van: wat zou de mens nog groot moeten vinden, als hij de hele wereld voor ogen heeft? Dezelfde kaart wordt in de catalogus ook in handgekleurde versie vermeld onder de titel „Typus Orbis Terrarum, wereldkaart, uit Ortelius’ 'Theatrum Orbis Terrarum', Antwerpen, 1570“. Het inkleuren, Ortelius’ eerste ambacht, was bij de atlas een luxe-toeslag. Volgens de rekeningboeken van de Antwerpse drukkerij Plantin betaalde een koper in 1588 36 gulden voor een ingekleurd en gebonden exemplaar; de inkleuring kon de prijs van het boek verdubbelen.
Het Theater van de Wereld groeide van uitgave tot uitgave en verscheen in zeven talen; halverwege de jaren 1570 benoemde Filips II van Spanje, tot wiens rijk Antwerpen destijds behoorde, hem tot zijn geograaf. Ortelius was echter het meest gehecht aan het deel dat hij eigenhandig ontwierp. Vanaf 1579 kreeg het *Theatrum* een bijlage, het *Parergon*, Grieks voor ‘bijvoegsel’. Deze eerste historische atlas bestond uit kaarten van de antieke wereld, die de antiquair en verzamelaar uit de werken van oude schrijvers had verzameld. Op de „Kaart van het antieke Egypte, 1584“, die teruggaat op zijn eigen kaart van Egypte uit 1565, slingert de Nijl zich als een dichtbeschreven strook door geel getint land; een meanderfries omlijst het blad als een antiek ornament. Voor „De expeditie van Alexander de Grote, uit het 'Theatrum Orbis Terrarum', 1603“ - het jaartal behoort tot een veel latere uitgave van het werk - tekende hij Alexanders veldtocht na aan de hand van de antieke verslagen; een bijbeeld toont het orakelgebied van Ammon achter zijn muur, en in de begeleidende tekst betreurde Ortelius dat de oude auteurs meer geïnteresseerd waren geweest in de gewoonten van Alexander dan in de geografie van zijn veroveringen.
Het merkwaardigste inzicht van zijn leven staat in een lexicon van antieke en moderne plaatsnamen, de *Thesaurus Geographicus* uit 1596. Amerika, zo schreef Ortelius daar, zou door aardbevingen en overstromingen van Europa en Afrika zijn losgerukt; de sporen van die scheur zouden zichtbaar worden als men op een wereldkaart de kustlijnen van de werelddelen met elkaar zou vergelijken. Zelf dacht hij daarbij aan zondvloed. Daarmee beschreef hij de aansluiting van de kusten, zo’n 300 jaar vóór Alfred Wegener’s theorie van de zwervende continenten. Twee jaar later, in 1598, stierf Abraham Ortelius in Antwerpen; zijn grafschrift in de Sint-Michielabdij van de stad noemt hem „Quietis cultor sine lite, uxore, prole”, een liefhebber van de rust, zonder ruzie, zonder vrouw en zonder nakomelingen. De koperplaten gingen in 1601 naar de uitgever Jan Baptist Vrients, die het „Theater der Welt“ voortzette; uit diens Latijnse uitgave van 1603 stamt het jaartal in de titel van de Alexanderkaart.
Wat Jan Baptist Vrients in 1601 overnam, was meer dan een stapel koperplaten - het was ook Ortelius’ basisgedachte dat kaarten bij elkaar horen. Deze gedachte komt terug in onze orderboeken. De bestellingen die bij Meisterdrucke met betrekking tot Ortelius binnenkomen, bevatten tot nu toe opvallend vaak meerdere van zijn kaarten tegelijk. Zo keert het *Theater der Welt* in zekere zin terug naar zijn oorspronkelijke vorm; wat in 1570 begon als een gebonden verzameling, komt vandaag de dag weer als groep aan een muur bijeen. De liefhebber van rust zou daar ongetwijfeld veel plezier aan hebben beleefd.
Pagina 1 / 3
| Geboren | 1527 (Antwerpen) |
| Overleden | 1598 (Antwerpen) |
| Nationaliteit | België |
| Beroep | cartograaf, historicus, graveur, uitgever |
| Bekende werken | Theatrum Orbis Terrarum |
Hoe komt de wereld tussen twee boekkaften terecht? In de jaren vóór 1570 was dat in Antwerpen een praktische vraag: de reder Gillis Hooftman kocht landkaarten voor zijn zaken, maar de grote rollen waren in het kantoor nauwelijks hanteerbaar. Zijn jonge vertrouweling Jan Radermacher herinnerde zich later dat hij destijds zelf had voorgesteld om de kaarten op een uniform formaat te brengen en tot een boek te laten binden; hij had die opdracht gegeven aan een handelaar die hij al jaren kende, Abraham Ortelius.
Ortelius heette eigenlijk Abraham Ortel en had zijn naam op geleerde wijze gelatiniseerd; hij was een Vlaming uit Antwerpen, geboren in 1527. Zijn vader, een koopman met wortels in Augsburg, stierf rond 1535; de zorg voor zijn moeder en zus kwam al vroeg bij de zoon te liggen. In 1547 schreef het Lukasgilde, het gilde van de schilders, hem in als kaartkleurder - hij kleurde in wat anderen hadden gegraveerd, handelde in boeken, prenten en kaarten en reisde regelmatig naar de beurs van Frankfurt. Daar ontmoette hij in 1554 de cartograaf Gerard Mercator; tijdens een gezamenlijke reis zou de beroemde collega hem in 1560 hebben aangespoord om zelf kaarten te maken.
Het antwoord op het probleem uit het kantoor verscheen op 20 mei 1570 in Antwerpen: het *Theatrum Orbis Terrarum*, het theater van de wereld. 53 kaartbladen in één enkel formaat, elk blad speciaal voor het boek gegraveerd, met op de achterzijde telkens een toelichting - daarom geldt het werk als de eerste moderne atlas, hoewel de term ‘atlas’ zelf pas door Mercators kaartwerk uit 1595 in omloop kwam. Even nieuw was de bijgevoegde Catalogus Auctorum, het register van auteurs, waarin Ortelius 87 auteurs bij naam noemde, waaronder de 33 cartografen wier kaarten hij had gebruikt; in een branche waarin uitgevers elkaar zonder meer kopieerden, kwam deze bronnenlijst neer op een revolutie in eerlijkheid.
Het eerste blad van het boek is de „Wereldkaart Typvs Orbis Terrarvm“, gegraveerd door Frans Hogenberg. De aarde ligt daarop in een ovaal tussen wolkenbanden; dwars over het zuiden strekt zich het slechts veronderstelde zuidcontinent Terra Australis uit, en in de cartouche eronder vraagt een zin van Cicero in de trant van: wat zou de mens nog groot moeten vinden, als hij de hele wereld voor ogen heeft? Dezelfde kaart wordt in de catalogus ook in handgekleurde versie vermeld onder de titel „Typus Orbis Terrarum, wereldkaart, uit Ortelius’ 'Theatrum Orbis Terrarum', Antwerpen, 1570“. Het inkleuren, Ortelius’ eerste ambacht, was bij de atlas een luxe-toeslag. Volgens de rekeningboeken van de Antwerpse drukkerij Plantin betaalde een koper in 1588 36 gulden voor een ingekleurd en gebonden exemplaar; de inkleuring kon de prijs van het boek verdubbelen.
Het Theater van de Wereld groeide van uitgave tot uitgave en verscheen in zeven talen; halverwege de jaren 1570 benoemde Filips II van Spanje, tot wiens rijk Antwerpen destijds behoorde, hem tot zijn geograaf. Ortelius was echter het meest gehecht aan het deel dat hij eigenhandig ontwierp. Vanaf 1579 kreeg het *Theatrum* een bijlage, het *Parergon*, Grieks voor ‘bijvoegsel’. Deze eerste historische atlas bestond uit kaarten van de antieke wereld, die de antiquair en verzamelaar uit de werken van oude schrijvers had verzameld. Op de „Kaart van het antieke Egypte, 1584“, die teruggaat op zijn eigen kaart van Egypte uit 1565, slingert de Nijl zich als een dichtbeschreven strook door geel getint land; een meanderfries omlijst het blad als een antiek ornament. Voor „De expeditie van Alexander de Grote, uit het 'Theatrum Orbis Terrarum', 1603“ - het jaartal behoort tot een veel latere uitgave van het werk - tekende hij Alexanders veldtocht na aan de hand van de antieke verslagen; een bijbeeld toont het orakelgebied van Ammon achter zijn muur, en in de begeleidende tekst betreurde Ortelius dat de oude auteurs meer geïnteresseerd waren geweest in de gewoonten van Alexander dan in de geografie van zijn veroveringen.
Het merkwaardigste inzicht van zijn leven staat in een lexicon van antieke en moderne plaatsnamen, de *Thesaurus Geographicus* uit 1596. Amerika, zo schreef Ortelius daar, zou door aardbevingen en overstromingen van Europa en Afrika zijn losgerukt; de sporen van die scheur zouden zichtbaar worden als men op een wereldkaart de kustlijnen van de werelddelen met elkaar zou vergelijken. Zelf dacht hij daarbij aan zondvloed. Daarmee beschreef hij de aansluiting van de kusten, zo’n 300 jaar vóór Alfred Wegener’s theorie van de zwervende continenten. Twee jaar later, in 1598, stierf Abraham Ortelius in Antwerpen; zijn grafschrift in de Sint-Michielabdij van de stad noemt hem „Quietis cultor sine lite, uxore, prole”, een liefhebber van de rust, zonder ruzie, zonder vrouw en zonder nakomelingen. De koperplaten gingen in 1601 naar de uitgever Jan Baptist Vrients, die het „Theater der Welt“ voortzette; uit diens Latijnse uitgave van 1603 stamt het jaartal in de titel van de Alexanderkaart.
Wat Jan Baptist Vrients in 1601 overnam, was meer dan een stapel koperplaten - het was ook Ortelius’ basisgedachte dat kaarten bij elkaar horen. Deze gedachte komt terug in onze orderboeken. De bestellingen die bij Meisterdrucke met betrekking tot Ortelius binnenkomen, bevatten tot nu toe opvallend vaak meerdere van zijn kaarten tegelijk. Zo keert het *Theater der Welt* in zekere zin terug naar zijn oorspronkelijke vorm; wat in 1570 begon als een gebonden verzameling, komt vandaag de dag weer als groep aan een muur bijeen. De liefhebber van rust zou daar ongetwijfeld veel plezier aan hebben beleefd.