De rode wagon glijdt in één lange bocht het beeld binnen, alsof hij elk moment uit het kader zou rijden. Tegenover hem opent de tunnelingang zich als een zwarte cirkel; daarboven strekken de ribben van het gewelf zich als een waaier uit over de gehele breedte van het beeld. Cyril Edward Power, geboren in 1872 in Londen, verbeeldde deze metro-scène rond 1932 als een kleurenlinoleumsnede - hij behoort tot de toonaangevende figuren van de Grosvenor School, die Londense groep drukkers die tempo, verkeer en het ritme van de grote stad vertaalde in golvende, bijna muzikale vormen. Hier staat de beweging stil, maar ze zit vervat in elke lijn: in de hangende informatieborden, in de gebogen perronranden, in de enkele donkere figuur die met opgeheven arm naar iets reikt en het verlaten station een schaal geeft. Rechtsonder loopt de handgeschreven titel met nummering en signatuur mee - een stukje werkgeschiedenis dat bij de reproductie niet is weggeretoucheerd.
Als je je hoofd voor het doek beweegt, gebeurt er iets met het zwart: de tunnelingang en het silhouet van de passagier slokken het licht bijna volledig op, terwijl er een zachte gloed over de lichte gewelfde delen trekt. Het gesatineerde doek Leonardo is hier precies voor geschikt - de glans ligt nooit vlak op het beeld, maar beweegt, en de diepe kleurlagen van de linosnede behouden hun matte, grafische dichtheid. De zwarte lijst Dacey met de fillet Wendy als smalle binnenste trede sluit het formaat van 41 x 36 cm net af; eerlijk gezegd heeft dit motief niet meer nodig. Uiteindelijk blijft de blik toch hangen bij het tunnelgat - dat donkere punt waar de hele architectuur van het beeld naartoe loopt.